Flak88
Verreweg het meest gevreesde stuk geschut van de Tweede Wereld Oorlog was zonder twijfel het Duitse 88mm lucht afweerkanon.
Omdat Duitsland na de Eerste Wereldoorlog geen wapens mocht produceren werd het 88mm kanon in samenwerking met Bofors in Zweden ontwikkeld. Het eerste ontwerp was overigens een 75 mm kanon. Tijdens de prototype fase bleek een kanon met zwaardere capaciteiten vereist en werd een nieuw ontwerp gemaakt met een ander Duits kaliber, 88mm, als uitgangspunt.

Prototypes van deze versie kwamen al in 1928 ter beschikking en dat het een bijzonder wapen was werd al snel duidelijk. Het speciale onderstel zorgde er voor dat het wapen zonder verplaatsen in alle richtingen kon vuren, iets wat met ‘conventionele’ kanonnen niet mogelijk was. Het wapen had ook een hoge vuursnelheid omdat het was voorzien van een semi-automatisch laadsysteem. Na afvuren werd de lege huls automatisch uitgeworpen, het wapen opnieuw gespannen en de afsluiter geopend. Alles wat nodig was voor een volgend schot was het in de 4,9 meter lange loop schuiven van een nieuwe granaat en het afvuren daarvan. Vuursnelheden van 15 tot 20 schoten per minuut waren normaal. Het 88mm kanon werd niet alleen als luchtafweergeschut ingezet, het was het ultieme anti-tank kanon, was berucht onder de infanteristen en was te vinden in de geschutkoepels van diverse pantservoertuigen zoals de ‘King Tiger’ en de Panzerjäger, een anti-tank tank.

De Flak88 in ons museum is onder de bezielende leiding van Bas Krijnen door een team van vrijwilligers gerestaureerd, een project dat jaren in beslag heeft genomen. Toen het vanuit Portugal in het museum aankwam was het niet meer dan een collectie roestige gaten, bijeengehouden door wat ijzer.
Na de restauratie leek het wel of het recht uit de Krupp fabriek kwam. Het heeft een prachtige plaats gekregen in de 101ste Airbornedivisie hal van het Market Garden paviljoen.
|